Kunstenaars
Kunstenaars
Het mvAc wil een omvattend project zijn dat gericht is op de bekendmaking van de Belgische naoorlogse kunst. Het wil een nieuw ankerpunt zijn in de Antwerpse, Belgische en Europese artistieke wereld. Het concentreert zich op werk van kunstenaars die geselecteerd worden op basis van plastische affiniteiten en wier talent weliswaar wordt erkend, maar onvoldoende geëxploiteerd wordt en grotere aandacht verdient. De selectie omvat onder meer vrijwel vergeten kunstenaars die het waard zijn om (her)ontdekt te worden, kunstenaars van wie de naam buiten België onbekend is of jonge kunstenaars die gesteund moeten worden.

De MVAC werkt nauw samen met bepaalde kunstenaars of rechthebbenden en gaat deze samenwerking aan met het oog op een duurzaam engagement.
8/10/1925
Van Hoeydonck studeerde kunstgeschiedenis en archeologie aan de universiteit van Antwerpen en volgde daarnaast avondschool schilderkunst aan de academie. Hij is een nieuwsgierig man en maakte vele reizen. Zo trok hij naar Marokko dat een inspiratiebron was voor enkele van zijn eerste schilderijen die hij in 1952 exposeerde in de Antwerpse galerie Buyle. Parijs was het thema van zijn tweede solotentoonstelling in 1952 in galerie Unicum in Brugge. In 1954 koos hij voor de geometrische abstractie. Zijn geschilderde composities en collages bestaan uit een veelheid aan vormen in energieke kleuren. Van Hoeydonck trad toe tot de groep Formes (1956) waar hij bevriend werd met Bury. Hij was ook stichtend lid van G58 die exposities organiseerde in het Hessenhuis. Deze boden de gelegenheid om het werk van buitenlandse avant-gardekunstenaars beter te leren kennen. De schilder nam steeds meer afstand van de strengheid van het constructivisme en ging op zoek naar nieuw wegen. In 1956 integreerde hij in zijn werk stukjes plexiglas die intrigerende lichteffecten teweeg brengen. Hij maakte een reeks werken met licht waarin hij experimenteerde met wit op wit. Een verblijf in New York in 1961 wakkerde zijn interesse voor de ruimtevaart nog aan en voortaan werd deze zijn inspiratiebron. Sculptuur werd zijn nieuwe medium. Zijn beeldje Fallen Astronaut wordt in 1971 door de astronauten van Appolo 15 op de maan achtergelaten. In de jaren 1980 maakt hij fotomontages geïnspireerd door de steden die hij bezocht en waarin hij een imaginair universum ontwikkelt waarin de architectuur de natuurwetten uitdaagt.
02/01/1958
LUKASZ KURZATKOWSKI Zijn dubbelzinnige gravures bieden ons talrijke interpretatiemogelijkheden. Aan ons om te spelen, te dromen en onophoudelijk nieuwe verhalen te ontdekken, dankzij de manier waarop hij vormen, tekens, gebaren, trillingen en beheerste onnauwkeurigheden op het blad en in de ruimte neerzet. Bernadette D’HAEYE • 1958 wordt op 2 januari in Lublin (Polen) geboren – zoon van een abstracte schilder en kleinzoon van een schilder en ontwerper van linogravures • 1978-83 studeert in Katowice en vervolgens in Warschau – hij specialiseert zich bij de schilder en afficheontwerper Maciej Urbaniec • 1983 behaalt een diploma grafiek aan de Academie voor Schone Kunsten van Warschau • 1984 verlaat Polen en vestigt zich in België – Ontwerpt linogravures en concentreert zich op reeksen in zwart-wit • 1987 exposeert achtereenvolgens in de galeries D’Orléans (Charleroi), Kaya (Brussel), Vivart (Gosselies), L’Escalier (Brussel)• 1990 solotentoonstelling in galerie Lorea (Brussel)• 1993 behaalt de Prix de la Gravure et de l’Image imprimée van de Franse Gemeenschap van België, La Louvière – Exposeert in galerie D’Art D’Art (Brussel) • 1994 ontvangt de Prix Médiatine, Brussel – Neemt deel aan de International Triennial of Graphic Art, Bitola (Macedonië), aan de IVth International Art Triennale Majdanek ’94, Lublin (Polen), de 3e Triennale Mondiale d’Estampes Petit Format, Chamalières (Frankrijk) en de 3th Print Biennial, Beograd (Joegoslavië) • 1995 krijgt de Grote Prijs op The Third International Print Biennial, Bhopal (India) – neemt deel aan de 18th International Independante Exhibition of Prints in Kanagawa (Japan) • 1996 werkt mee aan het gravureparcours dat door de De Markten in Brussel wordt georganiseerd • 1998 krijgt de Sponsor’s Prize, op de 4th Sapporo International Print Biennale, Sapporo (Japan) • 2000 Groepstentoonstelling in het Musée des Beaux-Arts, La Cohue in Vannes (Frankrijk) • 2001 Eerste tentoonstelling in de Verenigde Staten in de Silvermine Guild Galleries, New Canaan (Connecticut) – Tentoonstelling in het Kunstencentrum Roodklooster in Brussel • 2002-2007 Ontwerpt affiches, brochures en programma’s voor de Koninklijk Muntschouwburg (Brussel)• 2002-2005 krijgt de opdracht voor het ontwerp en de uitvoering van de grafische vormgeving voor het Koninklijk Museum van Mariemont (Henegouwen)• 2005 neemt deel aan de 3e Biennale de Gravure d’Albi en aan de 2e Triennale du Bois Gravé Contemporain à Saint-Dié-Des-Vosges (Frankrijk) • 2006 krijgt de Purchase Prize, 14th Space International Print Biennial, Seoul (Korea) – Neemt deel aan de 6e Triennale Grafiki Polskiej, Katowice (Polen) een aan Lilla Europa voor de 4th Biennale of small scale arts (Zweden) • 2008 behaalt de Bronze Prize op de International Print Exhibition, Yunnan (China) • 2011 maakt zijn eerste alfabetreeksen • 2012 exposeert in het Cultuurcentrum De Spil in Roeselare – Installeert zijn atelier in Huissignies (Henegouwen) • 2016 neemt deel aan de tentoonstelling voor de 25e verjaardag van de Prix de la Gravure et de l’Image imprimée, La Louvière

Lukasz K. - artiste graveur / Lukasz K. - gravurenkunstenaar from Maurice Verbaet Art Center on Vimeo.

02/06/1944
ALBERT RUBENS In een tijd waarin verveling en immoraliteit het ‘kunstwerk’ overheersen, het eerste door de eentonigheid en de onbenulligheid ervan, het tweede louter omwille van het zogenaamde shock-effect, is de kunst van Rubens een doordacht universum van louter geometrische ervaringen, waarin hij genoegzaam verwijlt en van waaruit hij deze tevredenheid naar ons uitstraalt. Albert Rubens brengt ons een zowel mathematisch als emotioneel inzicht in het geometrisch uitzicht van zijn werk dat de hedendaagse grafdelvers van de kunst voorbij gaat. Willy Van den Bussche, 1998 Rubens’ werken uit begin de jaren ’60 laten hun geometrische figuren, uitvoerend in zwart-wit en met positief-negatief patronen, een zoeken naar optische effecten zien…. Het gebruik van constructieve elementaire ‘niet-kleuren’ zwart en wit heeft hem nooit meer verlaten. Construeren zit hem in het bloed en heel zijn persoonlijkheid is ermee verbonden. Drs. Ankie de Jongh-Vermeulen, 2003 Rubens’ werken willen geen utopisch-filosofisch statement uitdragen en hebben niets te maken met niet-hiërarchische structuren. Toch is er een levenshouding in besloten die zowel orde als dynamiek uitstraalt. Rubens’ werken laten zich nooit passief bekijken, ze vereisen een actieve opstelling bij de beschouwer. Drs. Ankie de Jongh-Vermeulen, 2003 1944 Albert Rubens wordt geboren op 2 Juni te Tielt • 1961-67 Rubens studeert sierkunsten, grafiek en monumentale kunsten aan het hoger instituut voor Beeldende kunsten Sint-Lucas te Gent • stelt tentoon bij galerie Contrast en Richard Foncke (Gent) 1965 zet de stap naar driedimensionaal werk en experimenteert met materialen zoals hout, staal en graniet • 1966 de kunstenaars maakt deel uit van de selectie van het provinciaal prijskamp grafiek west-vlaanderen • 1969 geeft een eerste map met zeefdrukken uit naar aanleiding van zijn selectie voor de forumprijs van grafiek in Gent le disque rouge (Brussel) organiseert een solotentoonstelling van de kunstenaar • 1970 Rubens maakt voor Interieur Kortrijk een wandschilderij • 1971 ontvangt de internationale prijs voor schilderkunst te Knokke • wordt geselecteerd voor het provinciale prijskamp grafiek West-Vlaanderen krijgt een onderscheiding in de prijs jonge Belgische schilderkunst • Rubens heeft een solotentoonstelling in de galerie plus-kern (Gent) • 1972 de kunstenaar heeft solotentoonstellingen in galerie Walt (Knokke), le disque rouge (Brussel), galerie Jeanne Buytaert (Antwerpen) en galerie tempo (Roeselaere) wordt geselecteerd voor third british international print biennale • 1972-2016 neemt deel aan groeps en solotentoonstellingen in België, Nederland, Engeland, Duitsland, Italië enz. • 2016 de kunstenaars leeft en werkt in België en Frankrijk.
19/10/1927
Als schilder, graveur, lithograaf, illustrator, cineast en schrijver is Alechinsky een kunstenaar met talrijke facetten. In 1949 werd hij lid van Cobra, een beweging die werd gekenmerkt door een vruchtbare artistieke samenwerking en die voor hem de aanleiding zou zijn voor vierhandige werken. In 1955 trok hij naar Japan waar hij de film Calligraphie japonaise draaide. Zijn werk werd bekroond met talrijke prijzen en wordt overal ter wereld geëxposeerd (New York, Guggenheim, 1987 – Parijs, Galerie Nationale du Jeu de Paume, 1998 – Brussel, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, 2007-2008).
2/09/1910 - 21/02/1994
Gaston Bertrand werkte in Brussel als schilder, tekenaar en graveur en was een van de belangrijke figuren van de Jeune Peinture Belge. Daartoe aangemoedigd door Robert Delevoy begon hij te experimenteren en evolueerde naar de niet-figuratieve schilderkunst. De dialectiek tussen figuratie en abstractie blijft een centraal element in zijn hele carrière. De landschappen en architectuur die hij leerde kennen op zijn reizen door Frankrijk, Italië en Spanje, waren een belangrijke inspiratiebron voor de kunstenaar. Uit deze formele elementen distilleerde hij een combinatie van plastische tekens. Dezelfde benadering gebruikte hij voor portretten die tot leven komen in een ongedefinieerde ruimte. Ruimte speelt trouwens een hoofdrol in dit oeuvre met zijn strikt opgebouwde lineaire composities. Prijs Gaston Bertrand Toegekend door de stichting ‘aan een Belgisch schilder van minstens 45 jaar die een eigen benaderingswijze en eigen middelen ontwikkelde om zijn innerlijke wereld zichtbaar te maken.’
12/07/1921 - 2/05/2012
De artistieke zoektocht van Bogart begon in 1939. Hij verliet Nederland en verbleef een tijd in het zuiden van Frankrijk. Van 1951 tot 1959 werkte hij in Parijs. In zijn werk duiken abstracte tekens op uit pasteuze verflagen, een weelderige picturale massa met vernuftig georkestreerde tonaliteiten. De materie wordt almaar belangrijker en domineert uiteindelijk de compositie. De kleuren worden feller en spelen met sterke contrasten. Deze schilderkunst bestaat uit louter materie, kleur en teken. Van 1960 tot 1963 woonde hij zowel in Brussel, Rome als Parijs en vestigde zich daarna definitief in België. In 1969 verwierf hij de Belgische nationaliteit.
27/06/1925 - 11/01/2002
De Gentse schilder Burssens was afkomstig uit een milieu van universitairen. Hij studeerde aan de academies van Mechelen en Gent (waar hij later zelf les zou geven) maar zocht zijn eigen weg. Zijn eerste werken met expressionistische inslag, vertonen de invloed van Frits Van den Berghe. In 1949 exposeerde hij op de salon Apport 49 van Delevoy waarvan de catalogus die is ingeleid door Dotremont, ook werk vermeldt van Alechinsky en Claus. Burssens was stichtend lid van de Groupe Art Abstrait (1952), maar verliet de groep toen er onenigheid ontstond. In zijn kenmerkende pasteuze werken komen zijn lyrische voorkeuren volop aan bod. Al in 1947 verwerkte hij in zijn schilderijen ongewone materialen als zand en lak. De pasteuze, kleurrijke verflagen van de werken van de jaren 1952-62 zijn een uiting van een bruisende energie.
26/04/1922 - 27/09/2005
Aanvankelijk begon Bury te schilderen en onderging daarbij de invloed van het surrealisme evoluerend naar abstractie. Hij sloot zich aan bij Cobra en had daar nauwe contacten met onder meer Dotremont en Alechinsky. In 1952 richtte hij de groep Art Abstrait op die streefde naar artistieke vernieuwing en naar internationale doorbraak. Toen Bury in 1950 het werk van Calder leerde kennen, bracht hem dit tot nieuwe inzichten. Vanaf 1953 begon hij elementen uit te snijden en te combineren tot Plans mobiles. Voortaan zou hij nog uitsluitend sculpturen maken die hij tot leven wekte door middel van elektrische motoren. Hij werd internationaal bekend met zijn eigenzinnig en vernieuwend werk waarin beweging centraal staat.
05/04/1929 - 19/03/2008
HUGO CLAUS Wild en onstuimig zijn de termen die steeds terugkeren wanneer men het over de schilderijen van Hugo Claus wil hebben. De schilder schijnt geen overweging te kennen wanneer hij aan het schilderen is. Hij stoot de kleuren als het ware met een kramp uit. Ofwel is het resultaat verrassend-mooi op het esthetische plan, ofwel zo woelig, hortend en constaterend, dat Gaétan Picon terecht van bloeduitstortingen gesproken heeft. Maurits Bilcke, 1963 Ik zie mezelf als schilder én als schrijver, de twee tegelijk. De opgelegde eenzaamheid in de kostschool heeft me ertoe gebracht me dingen te verbeelden, te tekenen, mezelf verhalen te vertellen. Ik weet niet wanneer ik daarmee begonnen ben, het komt me voor dat ik áltijd geschreven en geschilderd heb. Hugo Claus,1963 Cobra is een deel van mij, een portie van mijn leven. Ik sta wel uitermate kritisch tegenover de evolutie die de meeste Cobra-mensen sindsdien hebben doorgemaakt. Ze hebben zich vernauwd, van een totale aanpak hebben ze een maniertje, een stijltje gemaakt. Maar goed. Het gebeuren nu is minder collectief. Al die personages die toen vrij enthousiast samen iets konden ondernemen, zijn overmeesterd door wantrouwen en door het leven zelf, in een hoekje gaan zitten mokken. En ze maken hun eigen kleine secreties. Ja, ik ook. Hugo Claus, 1980 1929 Hugo Claus wordt geboren op 5 april te Brugge • 1930 op jonge leeftijd wordt hij in een kostschool geplaats nabij Deinze • 1933-45 aan het Pensionnat Saint-Joseph te Aalbeke volgt hij de eerste zes studiejaren en vervolgens in Kortrijk en Deinze • 1946 Claus huurt in het voorjaar met Antoon de Clerck een boerderijtje in Sint-Martens-Leerne en illustreert enkele poëzieuitgaven van zijn vader • 1947 oprichting van La Relève, een groep jonge Vlaamse kunstenaars waar Claus nauw bij betrokken is trekt in december naar Parijs gaat helemaal op in het surrealisme • 1949 vervult zijn dienstplicht vanaf 1 april 1949 stelt tekeningen tentoon in de Oostendse boekhandel van Henri Vandeputte Claus creëert de geïllustreerde bundel Herbarium, 15 ongepubliceerde 'teksten naar de natuur die Hugo Claus schreef en tekende voor Ellie’ • 1950 neemt deel aan de tentoonstelling Apport met Pierre Alechinsky en Corneille in Galerie Apollo (Brussel) in dezelfde galerie neemt hij deel aan een CoBrA-tentoonstelling met Asger Jorn en Corneille deelname aan een Tijd en Mens-tentoonstelling in de Galerie Saint Laurent (Brussel) met Jan Cox • 1951 samen met Alechinsky, Karel Appel, e.a. neemt hij deel aan een tentoonstelling in de Librairie 73 (Parijs) • 1952-55 reist verschillende keren naar Italië • 1956 Claus heeft zijn eerste solotentoonstelling in Galerie Taptoe (Brussel) • 1959 hij onderneemt reizen naar de Verenigde Staten, Mexico en Cuba • 1977 samen met Marie-Claire Nuyens en Marc Verstockt richt hij de Antwerpse bibliofiele uitgeverij Ziggurat op • 1978 Printschop België (Antwerpen) heeft de tentoonstelling Cobra Revisited • 1979 ontvangt de Cultuurprijs van de stad Gent, de Constantijn Huygensprijs en zijn vijfde Staatsprijs • 1980 creëert samen met Alechinsky het ganzenbord Gans België • 1984 ontvangt zijn zesde staatsprijs, de eerste voor proza, voor de roman Het verdriet van België (1983) • 1988 in Galerie Espace (Amsterdam) heeft de tentoonstelling Memoriaal (Werken op papier 1950-1966) plaats de tentoonstelling Werken op papier (1950-1982) wordt georganiseerd door het Museum voor Hedendaagse Kunst te Antwerpen • 1991 de Galerie du Cirque Divers (Luik) organiseert de tentoonstelling Hugo Claus. Dessins • 1991 de dubbeltentoonstelling Breyten Breytenbach en Hugo Claus heeft plaats in 't Elzenveld te Antwerpen • 2008 Hugo Claus overlijdt op 19 maart in Antwerpen.
01/04/1954
PAWEL CZERMAK Ik herinner mij een reis naar de Canarische Eilanden voor enkele modereportages. Al die ontwerpers waren mee. Het was één bende enthousiaste mensen. Dromers ook. Maar het gebeurde wel. Pawel Czermak, 2016 Geholpen door een behoorlijke techniek en met bijzondere aandacht voor zowel vorm- als kleurcompositie slaagt Pawel Czermak er bijzonder goed in hedendaagse samenlevingsvormen tot uitdrukking te brengen. Het is daarbij treffend dat de fotobeelden van Czermak niet zozeer deze new wave-cultuur documenteren, maar wel er zelf deel van uitmaken. Europees huis van de fotografie europhot, 1980 1954 Pawel Czermak wordt geboren op 1 April te Krakau in Polen • 1963 het gezin verhuist naar België • 1976-80 studeert fotografie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen heeft een individuele tentoonstelling bij O.K club en het Congres Hotel te Antwerpendeelname aan groepstentoonstellingen in Antwerpen, Breda, Gent, Deurne en Charleroi 1980 ontvangt de Provincieprijs voor kleurenfotografie en de 2de prijs Concours Photo in Fribourgstart zijn eigen studio • 1981 neemt deel aan een groepstentoonstelling samen met Staf Geers, Spank Moons e.a. • 1983 eerste grote doorbraak door zijn deelname aan het magazine Mode. Dit is Belgisch • werkt samen met Dries Van Noten, Dirk Bikkembergs, Marina Yee, Martin Margiela en Walter Van Beirendonck aan nationale en internationale projecten • 1985-86 ontvangt de Creative Club of Belgium Award, eerst zilver en vervolgens goud • 1993 Pawel heeft een tentoonstelling in het Sint-Felix-pakhuis in het kader van Antwerpen culturele hoofdstad Europa • 2013 solotentoonstelling Early Days… - Pawel Czermak Photographer bij Graanmarkt 13, Antwerpen • 2016 Pawel Czermak woont en werkt in Antwerpen.
22/07/1911 - 20/02/1992
Delahaut ging naar de Academie voor Schone Kunsten van Luik en was ook doctor in de kunstgeschiedenis. Hij was de eerste geometrisch abstracte kunstenaar in België na 1945. Zijn hele carrière lang verdedigde hij zijn artistieke principes door middel van schilderijen en geschriften. In 1946 werd hij lid van de Jeune Peinture Belge waar hij de enige abstracte schilder was. Ook op de Salon des Réalités Nouvelles in Parijs in 1947 kwam hij op voor de abstractie. In 1952 was hij stichtend lid van de groep Art Abstrait. Daarna sloot hij zich aan bij de groepen Formes (1956) en Art Construit (1960). In 1954 was hij medeondertekenaar van het Manifeste du Spatialisme. Zijn oeuvre ontwikkelde zich volgens een kenmerkende strikte seriële logica waarin zuivere vormen dialogeren in een spel van contrasterende gekleurde vlakken en hij experimenteerde ook met ruimtelijke constructies.
12/12/1922 - 20/08/1979
Als stichter en initiator van Cobra speelde Dotremont als schrijver een belangrijke rol in de groep. Hij richtte het gelijknamige tijdschrift op en schreef tal van artikelen over bevriende kunstenaars. Samen met onder andere Jorn, Corneille, Atlan, Vandercam en Alechinsky maakte hij vierhandige werken, zogenaamde ‘peintures-mots’ (woordschilderijen). Hij leed aan tuberculose, wat sporen naliet in zijn literair en picturaal werk. Na talrijke reizen in Scandinavië (Denemarken en Finland) ontwikkelde hij in 1962 het logogram, waarin woord en schilderkunst één worden. Dit resulteerde in zowel plastische als literaire kalligrafische tekeningen in Oost-Indische inkt, vaak in de marge aangevuld met in potlood geschreven teksten.
14/12/1958
Fabre doorbreekt de traditionele grenzen tussen artistieke disciplines. Hij is multidisciplinair en werd bekend als plastisch kunstenaar, theatermaker en auteur. Hij exposeert zijn werk overal ter wereld. Zijn constant evoluerende artistieke zoektocht wordt gevoed door zijn fascinatie voor het lichaam, dieren en een wetenschappelijke benadering van de wereld. Hij werd uitgenodigd om in prestigieuze instellingen een dialoog aan te gaan met de vaste collecties (carte blanche in het Louvre, 2008 en in het Palais des Beaux-Arts van Rijsel, 2013).
18/04/1919 - 27/02/1997
Vic Gentils werd opgeleid tot schilder aan de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen en was aanvankelijk beïnvloed door het expressionisme, maar evolueerde al snel naar kubisme en abstractie. Hij was ook gefascineerd door Afrikaanse kunst die hij in 1956 op een tentoonstelling in het KMSK van Antwerpen had leren kennen. Twee jaar later maakte hij zijn eerste abstracte reliëfs bestaande uit oude geprofileerde lijsten, die hij in de vorm van triptieken exposeerde. Hij begon het hout te bewerken met een brander waardoor het een ander aspect krijgt. Eveneens in 1958 werd hij stichtend lid van de groep G58 die vanaf 1959 in het Antwerpse Hessenhuis exposeerde. In 1960 vervoegde hij samen met onder meer Van Anderlecht en Vandenbranden de groep de Nieuwe Vlaamse School. Voor zijn assemblage begon hij gebruik te maken van recuperatiemateriaal afkomstig van piano’s, balustrades, kasten enz. Vanaf 1964 ontwikkelde hij volledig driedimensionale ensembles met een figuratieve inslag. Met zijn hommageportretten en met historisch geïnspireerde werken verwierf hij internationale faam. Naast assemblages bleef hij altijd schilderen, maakte sculpturen in brons en terracotta en ook lithografieën, collages en gouaches. VIC GENTILS 1919 Vic Gentils wordt geboren op 18 april te Ilfracombe in Engeland • 1934-42 start te studeren aan de Academie van Antwerpen en vervolgens aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten in diezelfde stad • 1943-50 schildert eerst expressionistisch en informeel om dan over te gaan naar abstracte kunst de kunstenaar heeft in 1946 zijn eerste solotentoonstelling bij Cercle Artistique (Antwerpen) • 1952 samen met zijn vrouw opent hij een galerie in Antwerpen • 1954-58 de kunstenaar voegt aan zijn werken objecten en synthetische materialen toe en start met het maken van reliëfs in papier-marché na het maken van reliëfs in koperen plaat op doek stopt hij met schilderen in 1957 ontvangt hij de Talens prijs • 1958-61 samen met Paul Van Hoeydonck, Walter Leblanc e.a. sticht Gentils de groep G58 in het Hessenhuis te Antwerpen onderneemt een reis naar Milaan en ontmoet daar Lucio Fontana en Piero Manzoni Gentils maakt zijn eerste sculpturen in ijzer • 1960 na het verlaten van G58 sticht hij samen met Jef Verheyen en Engelbert Van Anderlecht De nieuwe Vlaamse School start te experimenteren met gebrand hout in zijn sculpturen en voegt later ook piano onderdelen toe heeft twee solotentoonstellingen bij galerie Aujourd’hui (Brussel) en bij galerie Orez (Den Haag) • 1963-65 gebruikt oude kasten om sculpturen te maken en start met het schilderen van zijn sculpturen de kunstenaar heeft een solotentoonstelling bij Palais des Beaux-Arts in Brussel ontvangt de eerste prijs van de vijfde Biënnale van San Marino • 1966-67 Gentils start aan het bekende Schaakspel dat een jaar in beslag neemt om te finaliseren stelt tentoon in New York, Basel, London en Genève • 1968 de kunstenaar onderneemt een serie van portretten • 1969 realiseert de Acht hoofdzonden heeft solotentoonstelling bij galerie Veranneman (Brussel) en galerie Foncke (Gent) • 1970-71 ontvangt de prijs Robert Giron creëert wit op wit collages en maakt een portret van Paul Delvaux • 1975 start met het gebruiken van hout en ivoor in zijn werken creëert voor de metro van Brussel een spiegelreliëf Equinox • 1997 Vic Gentils overlijdt in Aalst op 27 februari, op 77-jarige leeftijd. Voor mij moet het maken van iets een gevecht zijn… Maar voor die inspiratie heb ik de mens en alles nodig… Ik wil wellicht een andere wereld uitbeelden, omdat ik een andere beschaving en maatschappij wens. Ik heb een hekel aan “uniformerij”, aan al die wetten, bonden en syndikaten. Ik ben gestadig in opstand, ook tegen mezelf. Ging alles goed op de wereld, zou er geen kunst ontstaan! Vic Gentils, 1966 Vic Gentils’ oeuvre is onuitputtelijk en blijft vol verrassingen. Zo ook de man zelf. Hem ontmoeten is geconfronteerd worden met heimelijke spot en een plots losschietende lach, een ogenschijnlijke onverschilligheid, die echter goed verborgen aandacht is, verraden door een smalend of grijzend grimas en een plotse flikkering in de ogen. Zijn natuur is uitdagend en steeds opnieuw doorbreekt hij de rust van het verworvene. Die expansieve onrust stuwt hem, stimuleert zijn fantastiek en zijn sarcasme, zijn levenshonger. Phil Mertens, 1978 De wereld van Gentils is zo persoonlijk dat elke invloed onmiddellijk verwerkt wordt in de smeltkroes van zijn eigen oeuvre. De hoofdzaak is niet het aandeel van de referentie maar wel wat de kunstenaar ermede aanvangt, hoe hij het aandeel verwerkt, hoe het overstegen wordt, hoe het zijn oeuvre verrijkt. K.J.Geirlandt, 1985
13/10/1893 - 19/10/1976
Nadat hij in de Eerste Wereldoorlog had gevochten begon Guiette in 1919 als autodidact te schilderen. Hij inspireerde zich op de kunst van zijn tijd en begon aan een grondige studie van de plastische vorm. Hij werd beïnvloed door het Vlaams expressionisme en tekende een contract met de galerie van Paul-Gustave Van Hecke. Onder invloed van Picasso evolueerde zijn werk naar een meer kubistische tendens. Rond 1947 was zijn werk verwant aan de zogenaamde ‘art brut’. De materie wordt een belangrijk element om primitieve vormen weer te geven, die almaar meer naar tekens evolueren. Vanaf 1955 wordt het werk van Guiette informeel. Het teken wordt meer en meer een kalligrafisch symbool dat in de jaren 1960 en daarna getuigt van de invloed van de zen-filosofie.
26/12/1932 - 14/01/1986
Leblanc was schilder en beeldhouwer die werd opgeleid aan de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, waar hij onder meer les kreeg van René Guiette. In 1977 werd hij leraar aan het NHIBS (Nationaal Hoger Instituut voor Bouwkunst en Stedenbouw in Antwerpen). Op aandringen van zijn vader behaalde hij ook een diploma reclametekenaar waarmee hij af en toe in zijn levensonderhoud kon verzien. In 1958 was hij een van de stichtende leden van G58. Later sloot hij zich samen met andere leden van deze groep aan bij de internationale vereniging Nouvelle Tendance (1962). Deze periode was bepalend voor het werk van Leblanc waarvan licht, ruimte en beweging de sleutelelementen waren. Vanaf 1959 kwam daar het element torsie bij, waarmee hij de derde dimensie in zijn werk introduceerde, wat resulteerde in meerdere reeksen (Torsions, Twisted Strings, Mobilo Statics). In 1964 ontwierp hij enkele architectonische integraties. In zijn laatste reeks Archetypes concentreerde hij zich op de studie van de verhoudingen tussen geometrische vormen. Dit was trouwens ook de naam die hij gaf aan zijn kunstintegratieproject voor de Brusselse metro. In 1986 overleed hij in een auto-ongeval, vooraleer dit laatste werk voltooid was.
1972
MICHAEL MATTHYS Het is moeilijk om deze verzonken portretten anders te zien dan eigentijdse vanitas-voorstellingen, deze krachtige en wazige beelden waarin de onvermijdelijke overtocht naar de andere kant en de metamorfose van vlees tot skelet zich voltrekt. Danièle Gillemon, 2014 Deze monumentale, uit het geheugen geschilderde houtskooltekeningen, zijn onder de verblindende opaciteit, de lichtende vergaarbak van oude familievisioenen, opgedoken in de schemering, als hij ‘s avonds loopt om zich levendig en gezond voor te doen. Roger Pierre Turine, 2010

1972 Michaël Matthys wordt op 20 januari in Charleroi geboren • 1997 behaalt zijn diploma hogere studies aan de Academie voor Schone Kunsten van Doornik • 1999 drie publicaties in de vorm van stripverhalen: Garde à vue (uitgeverij Delcourt) – Frigo Box 10 (uitgeverij Fréon) – COMIX 2000 (uitgeverij L’Association) • 2000 neemt deel aan de 11e Prix de la Gravure et de l’Image Imprimée, La Louvière • 2001 begint een carrière als leraar plastische kunsten aan het Institut St. Pierre et Paul in Florennes (tot in 2009) • 2002 neemt deel aan de Prix des Arts plastiques du Hainaut, B.P.S.22 (Charleroi) • 2003 publiceert Moloch (uitgeverij Frémok) dat de bijzondere sfeer van de staalfabrieken van Cockerill Sambre schetst • 2004 krijgt een beurs van de Franse Gemeenschap van België (FGB) voor de uitvoering van zijn project La Ville rouge, een portret van Charleroi •de FGB verwerft een originele plaat van Moloch 2005 de Provincie Henegouwen verwerft het met dierenbloed geschilderde fresco La Ville rouge – hij begint een vruchtbare samenwerking met galerie Jacques Cerami (Couillet, Charleroi) waar hij sedertdien regelmatig exposeert• 2006 krijgt subsidie voor het videoproject Moloch • 2007 het fresco Charleroi City wordt gekocht door de Nationale Bank van België • 2008 leraar tekenen aan de Academie voor Schone Kunsten van Châtelet (tot in 2011) en voordrachthouder gravure aan de hogeschool St. Luc in Luik (tot in 2010) – tentoonstelling Du dessin à animation du dess(e)in, Centre Wallonie Bruxelles (Parijs) – off van de 8ste biënnale van Dakar • 2009 solotentoonstelling in het Muséedes Beaux-Arts van Charleroi, Tin Town– tentoonstelling Famille de sang in de Fondation Francès (Senlis, Frankrijk) – publicatie van Je suis un ange aussi… (collectie Flore, uitgeverij Frémok) en van het boek La Ville rouge (uitgeverij Frémok) – La Maison Rouge (Parijs) verwerft een werk van hem • 2010 exposeert de in houtskool uitgevoerde reeks Running in the Dark en werkt aan portretten van voorouders die vertrokken waren naar Belgisch-Congo om er spoorwegen aan te leggen (jaren 1930) – tentoonstelling in de Cité de l’architecture, La ville dessinée (Parijs, Palais Chaillot) • 2011 ontwerpt de visuele communicatie voor de herdenking van Charleroi 1911-2011 – tentoonstelling Still alive, Centre d’art de la ville de Dudelange (Luxemburg) – Une autre histoire, Musée de la Bande dessinée, Angoulême • 2012 groepstentoonstelling in het Museum Dr. Guislain, Gevaarlijk jong– Manifesta 9, Gent – solotentoonstelling The Black Rider, Galerie Jean Marc Thévenet (Parijs) – solotentoonstelling Aperçu, Les Brasseurs (Luik) • 2013 na eerst assistent te zijn geweest, wordt hij professor tekenen en expressiemiddelen aan de Hogere Academie voor Schone Kunsten van de stad Luik (tot in 2015) • 2015 tentoonstelling Putain de Guerre, Musée des Beaux-Arts de Charleroi –tentoonstelling ‘Rêve sombre’, Eté 78 (Brussel) • 2016 tentoonstelling Nuits Sombres, Galerie Jacques Cerami (Charleroi), met werk geïnspireerd door het boek Heart of Darkness (1899) van Joseph Conrad (1899); de kunstenaar vertrekt van de avonturen van een jonge officier in het hart van Zwart-Afrika om te reflecteren over de duistere en wilde aspecten van de primitieve aard van de mens en zijn relatie tot de geschiedenis.

6/11/1915 - 8/12/2013
Tijdens zijn studies aan de Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, volgde Mendelson les bij Gustave van de Woestijne en Isidore Opsomer en werd zo in het toen heersende animisme geïntroduceerd. Hij nam deel aan de salons Apport georganiseerd door Robert Delevoy en was in 1945, het jaar waarop hij in Brussel ging wonen, een van de stichtende leden van de Jeune Peinture Belge. Vanaf 1948 evolueerde zijn werk naar geometrische abstractie. In 1951 werd hij leraar zeefdrukken aan de school van La Cambre. Hij had interesse voor de relatie schilderkunst en architectuur en ontwierp twee projecten voor architecturale integratie (Kursaal, Oostende, 1952 – Hotel Canterbury, Brussel, 1953) en was mede-ondertekenaar van het manifest van de groep Espace. In 1953 ging hij voor het eerst naar Spanje, een land dat een diepe indruk op hem maakte. In 1956 begon een matiëristische periode en een terugkeer naar figuratie, wat later resulteerde in aquarellen (1967) en sculpturen (vanaf 1969). Vanaf begin jaren 1990 keerde hij met monochrome doeken terug naar de abstractie.
24/05/1899 - 19/10/1984
Michaux werd geboren in Namen en reisde veel (Equator, Azië, India, Noord-Amerika). In 1924 vestigde hij zich in Parijs en verkreeg in 1955 de Franse nationaliteit. Vanaf 1925-27 begon hij zowel te schrijven als te schilderen, twee verschillende manieren om uitdrukking te geven aan zijn innerlijke wereld. Hij bewonderde de oosterse kalligrafie en begon zelf te experimenteren met Oost-Indische inkt. Terwijl taal een gestructureerde gedachtegang impliceert, staan de tekens die Michaux met zijn penseel neerzet los van elke betekenis. Tussen 1956 en 1959 experimenteerde Michaux met hallucinogene middelen, vooral mescaline, die inspirerende bewustzijnstoestanden teweeg brachten. In het begin van de jaren 1960 experimenteerde Michaux met andere artistieke materialen zoals aquarel, gouache en sepia en introduceerde hij kleur in zijn werk. De werken van 1961-1962 zijn een aankondiging van een reeks gouaches (1964-1965) waarbij het oppervlak verdeeld is in horizontale banden waarop figuren-tekens als muzieknoten op een notenbalk dansen. Het oeuvre van deze bijzondere kunstenaar is gekenmerkt door een constante vernieuwing van de grafische taal.
31/07/1913 - 24/12/2004
Moeschal studeerde architectuur aan de Academie voor Schone Kunsten van Brussel en volgde daarna een opleiding tot beeldhouwer. Met een resoluut moderne benadering van de wereld in verandering, inspireerde hij zich voor zijn persoonlijke creaties op bronnen uit het verleden (prehistorie, Egypte, middeleeuwen). Hij concentreerde zich vooral op monumentale sculpturen en op de integratie van kunstwerken in de openbare ruimte. Hij volgde met interesse de ontwikkelingen van de wetenschap en de technische mogelijkheden die nieuwe materialen boden. Hij werkte in beton, aluminium of cortenstaal die bijzonder geschikt waren voor zijn uitgezuiverde en ritmische vormen. Hij werkte nauw samen met ingenieurs en verlegde vaak technische grenzen. De symbolisch geladen sculpturen van Moeschal rijzen op als tekens op emblematische plaatsen waar ze een dialoog aangaan met de ruimte.
2/10/1908 - 26/01/1999
Mortier volgde een opleiding als schilder en beeldhouwer en begon in 1940 aan een artistieke carrière naast professionele activiteiten om den brode. Hij exposeerde in 1944 en 1945 op de Salon Apport georganiseerd door Robert Delevoy en was korte tijd lid van de Jeune Peinture Belge (1945-1946). Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de lyrische abstractie in België. Zijn met brede gebaren op papier of doek geborstelde werken zijn geïnspireerd door zijn dagelijkse omgeving waarvan hij de thema’s transcendeert, op zoek naar een formeel evenwicht dat de expressie is van een intense emotie. Mortier werkte zowel in olieverf als Oost-Indische inkt. Het zwart speelt een structurerende rol en gaat samen of contrasteert met een palet van lichtende kleuren. Hij werkte vaak op monumentaal formaat dat geschikt was voor een brede gestiek. Het oeuvre van Mortier straalt een grote kracht uit en onthult tegelijk op een fijnzinnige manier de innerlijke waarheid van een man die op zoek was naar het absolute.
7/07/1916 - 7/04/1994
Luc Peire volgde een artistieke opleiding in Brugge en Gent en trad in de voetsporen van het Vlaams expressionisme en vooral van Constant Permeke. Peire was een van de stichtende leden van de Jeune Peinture Belge en exposeerde op de salons Apport (1943 tot 1945). Op de Balearen (1950) bekwaamde hij zich in de frescotechniek die een snelle uitvoering en grote beheersing vereist. Dit bracht hem tot een formele vereenvoudiging en sobere stijl die ‘abstract verticalisme’ wordt genoemd. Zijn opeenvolgende reizen (Spanje, Marokko, Afrika, Belgisch Congo) droegen ongetwijfeld bij tot de stilistische evolutie in zijn werk. In 1959 ging hij in Parijs wonen en was het jaar daarop mede-oprichter van de groep Mesure. De verticale lijn wordt het sleutelelement van een systeem gebaseerd op herhaling van en een chromatisch spel wat resulteert in een ritmische compositie. Het ontwerp van environments was de logische voortzetting van een in de eerste plaats geestelijke benadering.
06/12/1910 - 21/06/1998
Rets werd in Parijs geboren uit Belgische ouders en kwam in 1914 naar Luik, waar hij vanaf 1920 les volgde aan de academie. In 1945 werd hij lid van de APIAW (Association pour le progrès intellectuel et artistique de la Wallonie) en exposeerde het jaar daarop bij de Jeune Peinture Belge. Zijn vroege werk was beïnvloed door het kubisme maar later evolueerde hij naar de geometrische abstractie, vooral geïnspireerd door het werk van Magnelli. Met zijn cerebrale en doordachte benadering vond Rets in het constructivisme een expressiewijze die paste bij zijn temperament. Deze benadering is verwant aan die van Delahaut met wie hij bevriend werd. Hij was lid van verschillende groepen als Art Abstrait (eind 1953), Formes (1956) en Art Construit (1960) en ondertekende in 1954 het manifest van het Spatialisme. Rets concentreerde zich op de verhoudingen tussen kleuren en vormen. Vanaf 1956 werkte hij in reliëf. Deze nieuwe benadering resulteerde in kunstintegratieprojecten. Vanaf de jaren 1960 introduceerde hij neons in zijn werken en maakte hij werk dat verwant is aan de opart. Hij bleef tot het einde van zijn carrière in 1990 trouw aan zijn artistieke uitgangspunten.
1924
JAN SAVERYS Jan Saverijs wenst, volgens de noodzakelijkheden van de kunstenaar, een totale vrijheid van uitdrukkingsmiddelen. Kunst, inwerkend op het gevoelsvermogen, is in eerste plaats een zaak van aanvoelen. Zijn streven is een zoeken naar verhoudingen van vormen en kleuren, die het innerlijke rhythme van het leven (zonder uiterlijke invloeden) door de materie tot een expressieve en poëtische waarheid brengen. Een abstracte kunst, die door de vrijheid van vorm en kleur een grote zin krijgt in de moderne rationale constructies en daarin de poëzie van het leven brengt. Maurits Bilcke, 1952 Steeds blijft deze kunst eenvoudig, bloedwarm, genereus. Alsof Jan Saverys alleen de zon waardig achtte om geschilderd te worden. Jan Walravens, 1990 … Want Saverys, hoe positief hij ook moge zijn, is eigenlijk geen opgewekte schilder. Daarvoor ziet hij de verhoudingen veel te compleet. Hij verheerlijkt het bestaan niet, maar maakt het evenmin tot een probleem. Hij gelooft er alleen maar in. Geert Bekaert, 1999 1924 Jan Saverys wordt geboren op 31 Juli te Petegem is de jongste zoon van de schilder Albert Saverys • 1943-47 krijgt les van Hubert Malfait aan de Academie voor Schone Kunsten in Gent tijdens het weekend krijgt de kunstenaar tekenlessen van Jos Verdegem • 1947-48 zet zijn studies verder in Parijs aan de Académie libre waar hij les krijgt van proffesor E.O. Friesz sticht samen met Roger Raveel, Jan Burssens e.a. de groep La Relève • 1948-51 de kunstenaar start lyrisch abstract te schilderen hij neemt deel aan verschillende tentoonstellingen in Gent zoals het vierjaarlijks salon, in Brussel bij galerie Dietrich en in Antwerpen • 1952 samen met Pol Bury, Georges Collignon, Georges Carrey, Jean Milo, Jo Delahaut en Plomteux sticht Saverys de groep Art Abstrait hij heeft zijn eerste solotentoonstelling in Antwerpen in Het Kunstkabinet K.N. Horemans en neemt deel aan de groepstentoonstelling Belgische Kunst in Noorwegen • 1953 met de groep Art Abstrait exposeert Saverys in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten • 1954 de kunstenaar neemt deel aan tentoonstellingen in België, Brazilië, Frankrijk en Italië • 1955-60 start te werken als directeur van de Benelux voor Knoll International vijf jaar lang neemt Saverys niet deel aan tentoonstellingen, maar blijft hij nog wel schilderen • 1961-62 is vooral actief in Nederland waar hij deelneemt aan verschillende groepstentoonstelling • 1986 in het Centre Wallon d’Art Contemporain (Flémalle) wordt er een tentoonstelling ter ere van de groep Art Abstrait gehouden • 1987-99 neemt deel aan verschillende tentoonstellingen in België en Frankrijk.
07/04/1926 - 27/12/1997
Tapta, pseudoniem voor Maria Irena Boyé, werd in Polen geboren en trok in 1945 na de opstand in Warschau naar België. Ze volgde een opleiding weefkunst aan de school van La Cambre (Brussel) en werd er in 1975 verantwoordelijk voor het tapisserie-atelier. Ze was ondernemend en vernieuwde het traditionele genre van textielkunst door middel van structuren en touwen. Al vroeg evolueerde ze naar sculpturale vormen door de ruimte in haar werk te betrekken. Ze gaf het atelier dat ze leidde de nieuwe naam Sculpture souple, die beter paste bij haar constante drang om te experimenteren. Tekeningen en maquettes getuigen van een oeuvre in wording. Haar assemblages van vormen en materialen gaan een dialoog aan met de omgevende ruimte. Haar werk evolueert constant en ze houdt ervan om alles weer op de helling te zetten. Ze had een voorkeur voor ongebruikelijke en ruwe materialen en begon te werken in industrieel rubber (neopreen) waarmee ze monumentale sculpturen creëerde voor de stedelijke ruimte. Tapta integreert water en licht in haar werk om het een nieuwe dynamiek te geven. Hoewel ze onophoudelijk experimenteerde, heeft ze een oeuvre nagelaten dat naar evenwicht streeft. Met hun spanningen en spel met weerstanden zetten de sculpturen van Tapta de toeschouwers aan tot ontmoetingen en uitwisseling. Het weven van samenhangen vormt ongetwijfeld de rode draad in haar werk. 1926 Maria Irena Boyé wordt op 7 april in Koscian (Polen) geboren als ze twee jaar en een half is noemt ze zichzelf Tapta • 1939-44 neemt samen met haar toekomstige echtgenoot Christophe Wierusz-Kowalski deel aan de opstand van Warschau • 1944 beëindigt de middelbare school • 1944-45 het paar wordt gevangen gezet in een door de Duitsers geleid kamp en trouwt daar bevrijding van het kamp door de Russen ze besluiten om naar België te emigreren Tapta volgt een jaar studies geneeskunde en schrijft zich dan in aan het textielatelier van La Cambre in Brussel, waar ze drie jaar les volgt • 1950 met hun diploma op zak vertrekken ze naar Belgisch Congo waar Christophe als ingenieur gaat werken op scheepswerven Tapta ontdekt in Congo nieuw materialen zoals sisal en experimenteert met textiel geboorte van hun dochter Joanna • 1960 de familie keert naar België terug maakt geweven kleren om bij te dragen aan het huishoudbudget blijft experimenteren en maakt abstracte composities waarin ze aluminium- of messingplaatjes verwerkt • 1964 ontvangt de Prijs Alphonse Muller • 1966 eerste solotentoonstelling in de galerie Les Métiers in Brussel • 1969 neemt deel aan de 4e Biennale Internationale de la Tapisserie in Lausanne de stad Lausanne koopt een werk de werken in textiel krijgen almaar meer volume • 1970 neemt deel aan de Exposition Internationale de la Tapisserie in Grenoble • 1971 tentoonstelling in Galerie Richard Fonck in Gent en Galerie Alpha in Brussel • 1972 de KMSKB verwerven Le Grand Végétal • 1973 ontwerpt een Tente à causer, een structuur van touwen voor haar solotentoonstelling in de Sint-Pietersabdij in Gent • 1974 solotentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel • 1976-90 wordt benoemd tot hoofd van het textielatelier van La Cambre en geeft het de nieuwe naam ‘soepele sculptuur’ • 1976-77 maakt flexibele sculpturen die worden geëxposeerd in Galerie De Zwarte Panter (Antwerpen) en in Galerie Contour (Brussel) • 1979 maakt een werk in opdracht voor het navigatiecentrum van Butgenbach (Tension chromatique) • 1981 neemt deel aan de 10e Biennale Internationale de la Tapisserie in Lausanne exposeert daar een elastische structuur in rubber die een nieuwe wending in haar werk markeert het Musée d’Art moderne de la Ville de Paris koopt een werk van haar • 1982 wordt uitgenodigd door het Musée de la Tapisserie d’Aix-en-Provence ontwerpt daar Tension, gespannen touwen binnen een neoclassicistische kapel • 1983 ontwerpt Voûtes flexibles voor het station Veeweide van de Brusselse metro • 1987 exposeert de indrukwekkende sculptuur in neopreen en staal Lieu de transition in het M KHA in Antwerpen de KMSKB verwerven Néoflexibles 2 • 1988 Niké ou Projection de force wordt in Louvain-la-Neuve geïnstalleerd • 1990 ontwerpt Au bord du temps, een drijvend werk voor het Lago di Monate (Italië) • grote solotentoonstelling in de Stichting Veranneman • 1991 haar sculptuur Transit wordt in Le Sart Tilman in Luik geïnstalleerd • 1993 integreert licht als onderdeel van haar werk • 1994 belangrijke tentoonstelling in de Brusselse Botanique • 1995 ontwerpt een werk op het water in het kader van de Biënnale van Venetië de monumentale sculptuur Esprit ouvert, ontworpen in samenwerking met haar dochter Joanna die architect is, wordt aan het Noordstation in Brussel geplaatst • 1997 uitgebreide en voor haar symbolische tentoonstelling in de Galeria de Zachęta in Warschau in haar geboorteland waar ze met alle honneurs wordt ontvangen Tapta overlijdt in Brussel op 27 december 1997 Door een inherente dynamiek gedreven kwamen deze structuren aanvankelijk half en spoedig volledig los van het platte vlak uiteindelijk een zelfstandige plaats in de ruimte te verwerven. Willy Van Den Bussche, 1973
24/03/1918 - 7/03/1961
Van Anderlecht bezocht geregeld het atelier van Jacques Maes waar hij een aantal toekomstige leden van de Jeune Peinture Belge – Gaston Bertrand, Lismonde, Louis Van Lint… – leerde kennen. Hij exposeerde begin jaren 1940 zijn eerste figuratieve werken in de salons ‘Art Jeune’ maar stopte dan plots elke promotionele activiteit. Gedurende tien jaar (1943-1953) verdiepte hij zich in de schilderkunst omdat hij van mening was dat hij nog alles moest leren om tot ‘aanvaardbaar’ werk te komen. In 1955 op zijn eerste solotentoonstelling in Galerie Apollo van Robert Delevoy bleek dat hij had gekozen voor de abstractie. Zijn schilderijen zijn het resultaat van een lang en traag innerlijk proces dat nodig is om het gebaar te bevrijden. De onstuimige creaties zijn ingegeven door het instinct van de kunstenaar en kleur en materie weerspiegelen de passie die hem drijft. In 1958-1959 ontstonden op aanraden van Serge Vandercam, die ook een adept was van ‘gedeelde’ schilderijen, in samenwerking met de dichter Jean Dypréau composities waarin woorden en beelden vermengd zijn. Het jaar daarop werkte hij samen met de Antwerpenaar Jef Verheyen aan gedeelde composities. Hij was in zijn werk altijd op zoek naar een eerlijke, zuivere en krachtige expressie. Nog in 1960 was hij mede-ondertekenaar van het manifest van de Nieuwe Vlaamse School. Zes maand later, op 7 maart 1961 overleed hij aan de gevolgen van een ziekte.
14/07/1926 - 03/06/2014
Vandenbranden werd geboren in Brussel en ging daar naar de vrije academie L’Effort (1948-1949). Hij ontdekte de eerste abstracte doeken van de schilders van de Jeune Peinture Belge. Vanaf begin jaren 1950 trad hij in de voetsporen van Mondriaan en Vasarely en maakte constructivistische doeken die hij geregeld exposeerde in Galerie Saint Laurent (Bruxelles). Hij had net als Vasarely interesse voor perspectivische effecten in de ruimte en voor de integratie van kunst in architectuur. Kleur speelt een centrale rol binnen een weldoordacht systeem. De kleuren zijn aangebracht in homogene, gladde oppervlakken waarin de hand van de kunstenaar niet meer zichtbaar is. Hij vertrok van een theoretische kunstbenadering die paste bij zijn temperament. Zijn composities waarin de rechte lijnen domineren, getuigen van een doorgedreven strengheid. In 1956 sloot Vandenbranden zich aan bij de groep Art Abstrait en hij was stichtend lid van verschillende verenigingen, waaronder Formes (1956), Art Construit (1960), De Nieuwe Vlaamse School (1960) en het Internationaal Studiecentrum voor Konstruktieve Kunst (1972). In 1960 vestigde hij zich in Antwerpen. De zwarte lijn heeft niet langer een structurerende functie maar wordt zoals de andere kleuren een autonoom element. Voortaan werkte hij in latex, een verfsoort die beantwoordde aan zijn streven naar zuiverheid.
30/03/1924 - 10/03/2005
Serge Vandercam was een polyvalent kunstenaar, zowel fotograaf, schilder, beeldhouwer, collagemaker en decorateur. Nadat hij in 1949 de dichter Christian Dotremont had ontmoet, sloot hij zich aan bij de groep Cobra waar hij in contact kwam met Joseph Noiret en Pierre Alechinsky. Uit interesse voor het bewegende beeld begon hij een carrière als fotograaf. In 1952-1953 begon hij als autodidact te schilderen, een kunstvorm die zijn geliefkoosde expressiewijze zou worden. Tijdens een verblijf in Albisola in Italië (1960) leerde hij keramiek maken en ontwierp hij een fantastisch bestiarium dat ook is terug te vinden in zijn schilderijen. Tijdens een reis naar Denemarken (1961) zag Vandercam De man van Tollund in een door Jorn opgericht museum. Deze man die meer dan 2000 jaar geleden werd geofferd en in 1950 in een turflaag werd gevonden, maakte diepe indruk op Vandercam die hem zag als symbool van menselijk geweld en onbegrip. Vanaf het midden van de jaren 1960 duiken vreemde figuren, afkomstig uit een imaginaire wereld, op in zijn Atelier-reeksen. In 1972 begon Vandercam aan een nieuw avontuur met zijn houten sculpturen die hij Oizals noemt. Zijn hele carrière lang had hij nauwe contacten met talrijke schrijvers en dichters (Hugo Claus, Christian Dotremont, Jean Dypréau, François Jacqmin, Jacques Meuris, Max Loreau…). Zij zouden zowel getuigen zijn van (auteurs van teksten over hem) als medewerkers aan (gedeelde werken) de evolutie van een artistiek universum en een verbazende productiviteit die meer dan een halve eeuw overspant.
03/01/1921 - 01/07/1998
Willequet begon al op heel jonge leeftijd te modelleren. Nadat hij zijn jeugd had doorgebracht in Luxemburg keerde hij met zijn familie in 1940 naar België terug en begon hier beeldhouwkunst te studeren. Hij volgde in La Cambre les bij Oscar Jespers. Hij reisde naar Frankrijk en ontmoette daar Ossip Zadkine, Henri Laurens en Constantin Brancusi. In 1951 trok hij met een beurs naar de Royal College of Art in Londen waar hij Henry Moore leerde kennen. In 1959 verbleef hij in Rome en Florence en was hij twee maanden in Oostenrijk waar hij deelnam aan een symposium waar hij de taille directe techniek in openlucht kon beoefenen. Willequet was avontuurlijk aangelegd en schrok niet terug voor technische problemen. Hij werkte zowel in steen als in hout maar hield ook van het werken met verloren was en brons. Elk materiaal bood hem de mogelijkheid voor het uitproberen van een andere benadering en van ander gereedschap maar uiteindelijk was zijn boodschap altijd dezelfde. Willequet was een bedachtzaam man en zijn werk is doordrongen van oosterse spiritualiteit waarin de leegte een even grote rol speelt als de volheid. Zowel zijn figuratieve als abstracte werken putten uit de meanders van een denken dat gericht is op het leven en uitnodigt voor een meditatieve 1921 André Willequet wordt op 3 januari in Brussel geboren gaat naar een katholieke school en zal het spirituele en mystieke aspect van het geloof zijn hele leven meedragen • 1923-40 woont met zijn familie in Luxemburg • 1940 terugkeer naar Brussel gaat bij Oscar Jespars aan La Cambre monumentale sculptuur volgen • 1942 ontmoet Philippe Roberts-Jones, kunsthistoricus, dichter en toekomstig conservator van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België; een langdurige vriendschap ontstaat • 1947 begint aan zijn eerste werken in steen wordt tweede in de Prijs van Rome • 1948 studiereis naar Frankrijk (dankzij de prijs) waar hij de romaanse kunst bewondert en interesse krijgt voor de relatie tussen sculptuur en omgeving ontmoet drie befaamde beeldhouwers: Brancusi, Laurens en Zadkine • 1950 treedt toe tot de groep Présence wijdt zich onder invloed van de door hem bewonderde Henry Moore aan het thema moederschap • 1951 laureaat van de Prijs Louis Schmidt • 1951-52 verblijft 9 maanden in Londen waar hij les volgt aan de Royal College of Art eerste werken in hout dat zijn voorkeursmateriaal zou worden • 1952 laat een atelierwoning bouwen in Ukkel waar hij in 1954 gaat wonen • 1955 exposeert samen met Lismonde in het Atelier Veranneman in Kortrijk • 1956 eerste solotentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel • 1958 maakt in opdracht van Expo 59 een decoratief paneel en een sculptuur voor de Beneluxpoort • 1959 verblijft 4 maanden in Italië (Rome en Florence) met een beurs van de Italiaans-Belgische akkoorden neemt gedurende 2 maanden deel aan het Symposion Europäischer Bildhauer (Oostenrijk) waar hij samen met Jacques Moeschal en Eugène Dodeigne werkt • 1960 is onder de indruk van het Bretonse landschap dat zijn nieuwe werken inspireert ontdekt de verloren-wastechniek die het mogelijk maakt om ex-nihilo te werken, in tegenstelling tot het kappen in hout of steen. Zijn ontwerpen in was worden in brons gegoten • 1963 solotentoonstelling in het Musée des Beaux-Arts van Verviers • 1964 expositie in het cultureel centrum van Oostende • 1965 zijn Grand Torse (1962) wordt verworven door het Middelheimmuseum van Antwerpen • 1965-75 wordt deeltijds leraar beeldhouwen aan de Ecole des Arts et Métiers van Etterbeek 1965 derde solotentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel • 1968 eerste tentoonstelling in de New Smith Gallery bij Richard Lucas met wie hij bevriend wordt bestelling van zeven bronzen beelden voor het labyrint van het Museum van Buuren (Ukkel) ontworpen door landschapsarchitect René Pechère • 1970 eerste reliëfs op papier (indrukken) • 1974 ontdekt het boeddhisme dat zijn artistieke benadering beïnvloedt stichtend lid van Artes Bruxellae, een in Brussel opgerichte kunstenaarsvereniging • 1975-82 leidt de Ecole de bijouterie aan het Institut des Arts et Métiers van Brussel • 1975-90 maakt meerdere bronzen portretten • 1978-91 neemt deel aan het openlucht Symposium international de taille de pierre (blauwe hardsteen) in Avins-en-Condroz • 1979 trouwt met Françoise Detry • 1980 begint aan een reeks bronzen beelden (verloren was) getiteld Espaces rond het thema van de verhouding tussen de leegte en de materie • 1981-84 maakt Arpège, een monumentaal hekwerk voor het nieuwe Museum voor Moderne Kunst van Brussel • 1985 eerste aan hem gewijde monografie geschreven door Philippe Roberts-Jones • 1986 wordt verkozen tot lid van de Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique • 1992 neemt deel aan het International Symposium on Marble Sculpture in Thassos (Griekenland) • 1994 een van zijn sculpturen wordt in Le Sart Tilman in Luik geïnstalleerd • 1997 bestelling van een beeld voor de luchthaven van Zaventem André Willequet overlijdt in Brussel op 1 juli 1998 Hij is een schepper in de volle betekenis van het woord, een man van geloof en onzekerheid, van elan en vraagtekens, een man die de moeilijkheid van het verlangen naar het worden ten volle ervaart. Philippe Roberts-Jones, 1985
15/11/1923 - 17/07/1996
Na meerdere opleidingen aan Brusselse academies, debuteerde Wyckaert zijn carrière als schilder. Vanaf begin jaren 1950 inspireerde hij zich op de natuur en evolueerde hij naar abstractie. Hij ontleedt en schematiseert landschappen die hij opnieuw samenstelt in een vrolijke alchemie van kleuren en matières. Wyckaert was samen met Vandercam en Roel d’Haese medeoprichter van Taptoe (1955) dat bestond uit een galerie, een literair café en onderdak verschafte aan passerende kunstenaars. Hij werd bevriend met Jorn, een van de belangrijkste leden van Cobra en sloot zich aan bij de Internationale Situationniste. De werken van de jaren 1970 worden lichter, het palet wordt intenser en de ritmes harmonieuzer. Wyckaert hield van verandering. Hij verhuisde regelmatig en verrijkte zijn werk met de diversiteit van de landen die hij tijdens zijn vele reizen bezocht. Zijn werk werd zowat overal ter wereld tentoongesteld en hij had bijzonder goede contacten met de galerie van Otto van de Loo in München waar hij meerdere keren exposeerde. Met een weids gebaar neergezette levendige kleuren bleven tot op het einde een constante in zijn werk. Wyckaert componeert, ontleedt en hercomponeert een wereld in beroering die eindeloos herboren wordt.