Kunstenaars
Kunstenaars
De Maurice Verbaet Center wil kunstenaars bijeenbrengen die in de eerste plaats gekozen worden op basis van plastische affiniteiten. De keuze gebeurt tevens in functie van een nog maar weinig geëxploiteerd potentieel. De aandacht gaat vooral naar kunstenaars die nog niet voldoende bekend zijn. De Maurice Verbaet Center wil zich zowel op het werk van levende als van overleden kunstenaars toespitsen. Uit tal van ontmoetingen is gebleken hoe complex het beheer van een oeuvre is en specifieke competenties vraagt. De samenwerking met de rechthebbenden vertrekt telkens van gesprekken. Op basis hiervan kunnen de verwachtingen van iedereen worden gedefinieerd en kan een dienst op maat worden vastgelegd en de tegenprestaties daarvoor in een overeenkomst worden vastgelegd. De samenwerking wordt aangegaan met het oog op een duurzaam engagement. De Maurice Verbaet Center wordt de referentie- instelling van de gekozen kunstenaars en werkt mee aan hun bekendmaking.

Maurice Verbaet Knokke verzorgt de verkoop van kunstwerken en de productie van originele beperkte edities die aansluiten bij de opdracht die ze zich heeft gesteld.

Hoewel de Maurice Verbaet Center zich hoofdzakelijk inzet voor de bekendmaking van Belgische kunstenaars heeft ze ook al twee Franse kunstenaars in haar bestand opgenomen met wie Maurice Verbaet een persoonlijke band heeft opgebouwd.

Maurice Verbaet leerde in 1991 het werk van Jean Rustin (1928-2013) kennen en werd tien jaar later medevoorzitter van de Fondation Rustin. Deze wordt thans in hetzelfde gebouw als de mvAc en de mvG ondergebracht, maar beschikt over een specifieke ruimte op de 8e verdieping, een nieuwe Antwerpse basis voor het werk van de kunstenaar na de sluiting van de Parijse vestiging in 2012.

Een verzamelaar als Maurice Verbaet, die wars is van elke hokjesmentaliteit, staat ook erg open voor het werk van Pierre Célice (1932), hoewel zijn werk plastisch totaal verschilt van het oeuvre van Rustin. Na een ontmoeting met de man en zijn schilderkunst, werd Maurice Verbaet zijn vertegenwoordiger. Deze samenwerking is een bijzondere geruststelling voor de kunstenaar die zich uitsluitend op zijn oeuvre wil concentreren.
8/10/1925
Van Hoeydonck studeerde kunstgeschiedenis en archeologie aan de universiteit van Antwerpen en volgde daarnaast avondschool schilderkunst aan de academie. Hij is een nieuwsgierig man en maakte vele reizen. Zo trok hij naar Marokko dat een inspiratiebron was voor enkele van zijn eerste schilderijen die hij in 1952 exposeerde in de Antwerpse galerie Buyle. Parijs was het thema van zijn tweede solotentoonstelling in 1952 in galerie Unicum in Brugge. In 1954 koos hij voor de geometrische abstractie. Zijn geschilderde composities en collages bestaan uit een veelheid aan vormen in energieke kleuren. Van Hoeydonck trad toe tot de groep Formes (1956) waar hij bevriend werd met Bury. Hij was ook stichtend lid van G58 die exposities organiseerde in het Hessenhuis. Deze boden de gelegenheid om het werk van buitenlandse avant-gardekunstenaars beter te leren kennen. De schilder nam steeds meer afstand van de strengheid van het constructivisme en ging op zoek naar nieuw wegen. In 1956 integreerde hij in zijn werk stukjes plexiglas die intrigerende lichteffecten teweeg brengen. Hij maakte een reeks werken met licht waarin hij experimenteerde met wit op wit. Een verblijf in New York in 1961 wakkerde zijn interesse voor de ruimtevaart nog aan en voortaan werd deze zijn inspiratiebron. Sculptuur werd zijn nieuwe medium. Zijn beeldje Fallen Astronaut wordt in 1971 door de astronauten van Appolo 15 op de maan achtergelaten. In de jaren 1980 maakt hij fotomontages geïnspireerd door de steden die hij bezocht en waarin hij een imaginair universum ontwikkelt waarin de architectuur de natuurwetten uitdaagt.
André Bogaert, geboren op 7 april 1920, was schilder, tekenaar en beeldhouwer afkomstig uit Zele. Toen Bogaert vijfentwintig jaar was startte hij aan de Dendermondse academie en studeerde hij vervolgens verder aan het NHISKA. Na zijn studies trok Bogaert de natuur in en geraakte hij geinspireerd door de boorden van de Durme in Zele en Hamme. Vanaf eind de jaren vijftig veranderde zijn stijl en werkte hij lyrisch abstract met een zeer donker koloriet. Bogaert maakte deel uit van de groep G58; een groep van 30 kunstenaars die samen de zolder van het Hessenhuis ombouwden en er baanbrekende tentoonstellingen organiseerden. Bogaert stelde schilderijen tentoon op de tweede groepstentoonstelling van G58 samen met Bert de Leeuw en Walter Leblanc. In 1962 startte hij te experimenteren met nieuwe materialen in reliëfschilderijen en houtconstructies. Tien jaar later integreerde hij ook recuperatiemateriaal zoals spoelen, bobijnen, vilten, buizen in monumentale sculpturen. Bogaert nam deel aan de welgekende Pop art tentoonstelling in het Paleis voor Schone kunsten te Brussel in 1965. Op het einde van zijn leven keerde de kunstenaar terug naar de schilderkunst en vond hij opnieuw inspiratie in de natuur. Bogaert overleed in 1986 en in datzelfde jaar vond een grote retrospectieve tentoonstelling plaats in Lokeren. Doorheen zijn leven heeft de kunstenaar verschillende prijzen ontvangen zoals de L.Meeus prijs en de C. Huysmans prijs, en kreeg hij eervolle vermeldingen bij de prijs van de Jeune Peinture Belge, de Talensprijs en de prijs Olivetti.
27/06/1925 - 11/01/2002
De Gentse schilder Burssens was afkomstig uit een milieu van universitairen. Hij studeerde aan de academies van Mechelen en Gent (waar hij later zelf les zou geven) maar zocht zijn eigen weg. Zijn eerste werken met expressionistische inslag, vertonen de invloed van Frits Van den Berghe. In 1949 exposeerde hij op de salon Apport 49 van Delevoy waarvan de catalogus die is ingeleid door Dotremont, ook werk vermeldt van Alechinsky en Claus. Burssens was stichtend lid van de Groupe Art Abstrait (1952), maar verliet de groep toen er onenigheid ontstond. In zijn kenmerkende pasteuze werken komen zijn lyrische voorkeuren volop aan bod. Al in 1947 verwerkte hij in zijn schilderijen ongewone materialen als zand en lak. De pasteuze, kleurrijke verflagen van de werken van de jaren 1952-62 zijn een uiting van een bruisende energie.
05/04/1929 - 19/03/2008
HUGO CLAUS Wild en onstuimig zijn de termen die steeds terugkeren wanneer men het over de schilderijen van Hugo Claus wil hebben. De schilder schijnt geen overweging te kennen wanneer hij aan het schilderen is. Hij stoot de kleuren als het ware met een kramp uit. Ofwel is het resultaat verrassend-mooi op het esthetische plan, ofwel zo woelig, hortend en constaterend, dat Gaétan Picon terecht van bloeduitstortingen gesproken heeft. Maurits Bilcke, 1963 Ik zie mezelf als schilder én als schrijver, de twee tegelijk. De opgelegde eenzaamheid in de kostschool heeft me ertoe gebracht me dingen te verbeelden, te tekenen, mezelf verhalen te vertellen. Ik weet niet wanneer ik daarmee begonnen ben, het komt me voor dat ik áltijd geschreven en geschilderd heb. Hugo Claus,1963 Cobra is een deel van mij, een portie van mijn leven. Ik sta wel uitermate kritisch tegenover de evolutie die de meeste Cobra-mensen sindsdien hebben doorgemaakt. Ze hebben zich vernauwd, van een totale aanpak hebben ze een maniertje, een stijltje gemaakt. Maar goed. Het gebeuren nu is minder collectief. Al die personages die toen vrij enthousiast samen iets konden ondernemen, zijn overmeesterd door wantrouwen en door het leven zelf, in een hoekje gaan zitten mokken. En ze maken hun eigen kleine secreties. Ja, ik ook. Hugo Claus, 1980 1929 Hugo Claus wordt geboren op 5 april te Brugge • 1930 op jonge leeftijd wordt hij in een kostschool geplaats nabij Deinze • 1933-45 aan het Pensionnat Saint-Joseph te Aalbeke volgt hij de eerste zes studiejaren en vervolgens in Kortrijk en Deinze • 1946 Claus huurt in het voorjaar met Antoon de Clerck een boerderijtje in Sint-Martens-Leerne en illustreert enkele poëzieuitgaven van zijn vader • 1947 oprichting van La Relève, een groep jonge Vlaamse kunstenaars waar Claus nauw bij betrokken is trekt in december naar Parijs gaat helemaal op in het surrealisme • 1949 vervult zijn dienstplicht vanaf 1 april 1949 stelt tekeningen tentoon in de Oostendse boekhandel van Henri Vandeputte Claus creëert de geïllustreerde bundel Herbarium, 15 ongepubliceerde 'teksten naar de natuur die Hugo Claus schreef en tekende voor Ellie’ • 1950 neemt deel aan de tentoonstelling Apport met Pierre Alechinsky en Corneille in Galerie Apollo (Brussel) in dezelfde galerie neemt hij deel aan een CoBrA-tentoonstelling met Asger Jorn en Corneille deelname aan een Tijd en Mens-tentoonstelling in de Galerie Saint Laurent (Brussel) met Jan Cox • 1951 samen met Alechinsky, Karel Appel, e.a. neemt hij deel aan een tentoonstelling in de Librairie 73 (Parijs) • 1952-55 reist verschillende keren naar Italië • 1956 Claus heeft zijn eerste solotentoonstelling in Galerie Taptoe (Brussel) • 1959 hij onderneemt reizen naar de Verenigde Staten, Mexico en Cuba • 1977 samen met Marie-Claire Nuyens en Marc Verstockt richt hij de Antwerpse bibliofiele uitgeverij Ziggurat op • 1978 Printschop België (Antwerpen) heeft de tentoonstelling Cobra Revisited • 1979 ontvangt de Cultuurprijs van de stad Gent, de Constantijn Huygensprijs en zijn vijfde Staatsprijs • 1980 creëert samen met Alechinsky het ganzenbord Gans België • 1984 ontvangt zijn zesde staatsprijs, de eerste voor proza, voor de roman Het verdriet van België (1983) • 1988 in Galerie Espace (Amsterdam) heeft de tentoonstelling Memoriaal (Werken op papier 1950-1966) plaats de tentoonstelling Werken op papier (1950-1982) wordt georganiseerd door het Museum voor Hedendaagse Kunst te Antwerpen • 1991 de Galerie du Cirque Divers (Luik) organiseert de tentoonstelling Hugo Claus. Dessins • 1991 de dubbeltentoonstelling Breyten Breytenbach en Hugo Claus heeft plaats in 't Elzenveld te Antwerpen • 2008 Hugo Claus overlijdt op 19 maart in Antwerpen.
01/04/1954
PAWEL CZERMAK Ik herinner mij een reis naar de Canarische Eilanden voor enkele modereportages. Al die ontwerpers waren mee. Het was één bende enthousiaste mensen. Dromers ook. Maar het gebeurde wel. Pawel Czermak, 2016 Geholpen door een behoorlijke techniek en met bijzondere aandacht voor zowel vorm- als kleurcompositie slaagt Pawel Czermak er bijzonder goed in hedendaagse samenlevingsvormen tot uitdrukking te brengen. Het is daarbij treffend dat de fotobeelden van Czermak niet zozeer deze new wave-cultuur documenteren, maar wel er zelf deel van uitmaken. Europees huis van de fotografie europhot, 1980 1954 Pawel Czermak wordt geboren op 1 April te Krakau in Polen • 1963 het gezin verhuist naar België • 1976-80 studeert fotografie aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen heeft een individuele tentoonstelling bij O.K club en het Congres Hotel te Antwerpendeelname aan groepstentoonstellingen in Antwerpen, Breda, Gent, Deurne en Charleroi 1980 ontvangt de Provincieprijs voor kleurenfotografie en de 2de prijs Concours Photo in Fribourgstart zijn eigen studio • 1981 neemt deel aan een groepstentoonstelling samen met Staf Geers, Spank Moons e.a. • 1983 eerste grote doorbraak door zijn deelname aan het magazine Mode. Dit is Belgisch • werkt samen met Dries Van Noten, Dirk Bikkembergs, Marina Yee, Martin Margiela en Walter Van Beirendonck aan nationale en internationale projecten • 1985-86 ontvangt de Creative Club of Belgium Award, eerst zilver en vervolgens goud • 1993 Pawel heeft een tentoonstelling in het Sint-Felix-pakhuis in het kader van Antwerpen culturele hoofdstad Europa • 2013 solotentoonstelling Early Days… - Pawel Czermak Photographer bij Graanmarkt 13, Antwerpen • 2016 Pawel Czermak woont en werkt in Antwerpen.
1930
André Goffin werd geboren op 1 mei 1930 te Farciennes. Goffin heeft aan de Academie van Namen en Brussel gestudeerd, waar hij les kreeg van onder andere Anto Carte. Hij ging van start als een figuratief schilder maar geraakte al snel geïnteresseerd in abstracte kunst. Goffin had veel aandacht voor vlakken, ritme en kleur maar zijn werken werden steeds meer soberder. In 1968 had Goffin zijn eerste solotentoonstelling en werd hij laureaat van de Anto Carte prijs. Samen met Jean Dubois, Francis Dusépulchre, Victor Noël, Michel Renard en Marcel-Henri Verdren start Goffin in 1973 de groep Art Concret en Hainaut. De groep had hun eerste tentoonstelling in het Musée des Beaux-Arts van Bergen. In datzelfde jaar ontvangt Goffin de Prix Europe de la ville d’Ostende. De kunstenaar was ook lid van de Cercle Artistique et Littéraire de Charleroi. Goffin heeft les gegeven aan de Academie van Sint-Pieters-Woluwe van 1977 tot en met 1995.
8/03/1961 - 12/1986
Stéphane Mandelbaum werd op 8 maart 1961 geboren, als de zoon van kunstschilder Arié Mandelbaum en illustratrice Phili Mandelbaum. De jonge Mandelbaum volgde les aan de Academie van Ukkel, waar ook zijn vader doceerde. Al vroeg in zijn leven geraakte de jongeman gefascineerd door existentiële thema’s, zoals de dood, geweld en seksualiteit. Deze onderwerpen keren regelmatig terug in zijn tekeningen, etsen en schilderijen. De kunstenaar had een duidelijke voorkeur voor tekeningen en etsen. Wellicht omdat schilderen meer geduld vereiste, wat een reflectie kan zijn van zijn onrustig karakter. Mandelbaum voelde zich aangetrokken tot randfiguren; gangsters, pooiers en prostituees, vereeuwigde hij in zijn werk. Dit resulteert in zeer directe, confronterende en schrijnende beelden. Ook meer gekende figuren heeft Mandelbaum geporteerd, zoals de Britse kunstenaar Francis Bacon en de Italiaanse schrijver Pier Paolo Pasolini. Vele werken bevatten opschriften in het Hebreeuws, poëzie, of stukken tekst die de kunstenaar uit een magazine of krant geknipt heeft. Dit samen creëert een dynamisch, uitdagend beeld, en kan opnieuw aanschouwd worden als een reflectie van zijn onrustige geest. De kunstenaar staat vooral gekend omwille van zijn tragische einde. Zijn verminkte lichaam werd aangetroffen in een grot in de buurt van Namen. Mandelbaum zou verzeild geraakt zijn in de foute milieus, wat resulteerde tot zijn vroege dood. De kunstenaar werd slechts 25 jaar.
07/02/1945
Pjeroo Roobjee een geboren Gentenaar (7 febr. 1945), volgde lessen schilderkunst, tekenkunst en graveren aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van zijn geboortestad en aan de voorbereidende afdeling van de Rijksacademie te Amsterdam. Heden is hij werkzaam als schilder, tekenaar, graficus, acteur, causeur, auteur, theatermaker, entertainer en zanger. Hij publiceerde een aantal leesboeken, een rond getal toneelwerken en drie dichtbundels. Zijn overwegend monumentale doeken bereisden de vijf werelddelen en vertegenwoordigden de natie op belangrijke kunstmanifestaties zoals de Biënnales van Sâo Paulo en Venetië. Zijn plastische zowel als zijn literaire bezigheden werden meermaals bekroond. Zo werd hij menig keer onderscheiden in de Prix de la Jeune Peinture, werd hij laureaat van de Leo J. Krijnprijs voor zijn debuutroman “De Nachtschrijver” en ontving hij in 1984 de Eugène Baie-prijs. In 1994 werd hem de Louis Paul Boon-prijs toegekend, in 1998 werd hij bekroond met de Arkprijs van het Vrije Woord en in 2004 werd hij laureaat van de Cultuurprijs van de stad Gent voor zijn literair werk. Pjeroo woont en werkt vandaag in Ellezelle.
07/04/1926 - 27/12/1997
Tapta, pseudoniem voor Maria Irena Boyé, werd in Polen geboren en trok in 1945 na de opstand in Warschau naar België. Ze volgde een opleiding weefkunst aan de school van La Cambre (Brussel) en werd er in 1975 verantwoordelijk voor het tapisserie-atelier. Ze was ondernemend en vernieuwde het traditionele genre van textielkunst door middel van structuren en touwen. Al vroeg evolueerde ze naar sculpturale vormen door de ruimte in haar werk te betrekken. Ze gaf het atelier dat ze leidde de nieuwe naam Sculpture souple, die beter paste bij haar constante drang om te experimenteren. Tekeningen en maquettes getuigen van een oeuvre in wording. Haar assemblages van vormen en materialen gaan een dialoog aan met de omgevende ruimte. Haar werk evolueert constant en ze houdt ervan om alles weer op de helling te zetten. Ze had een voorkeur voor ongebruikelijke en ruwe materialen en begon te werken in industrieel rubber (neopreen) waarmee ze monumentale sculpturen creëerde voor de stedelijke ruimte. Tapta integreert water en licht in haar werk om het een nieuwe dynamiek te geven. Hoewel ze onophoudelijk experimenteerde, heeft ze een oeuvre nagelaten dat naar evenwicht streeft. Met hun spanningen en spel met weerstanden zetten de sculpturen van Tapta de toeschouwers aan tot ontmoetingen en uitwisseling. Het weven van samenhangen vormt ongetwijfeld de rode draad in haar werk. 1926 Maria Irena Boyé wordt op 7 april in Koscian (Polen) geboren als ze twee jaar en een half is noemt ze zichzelf Tapta • 1939-44 neemt samen met haar toekomstige echtgenoot Christophe Wierusz-Kowalski deel aan de opstand van Warschau • 1944 beëindigt de middelbare school • 1944-45 het paar wordt gevangen gezet in een door de Duitsers geleid kamp en trouwt daar bevrijding van het kamp door de Russen ze besluiten om naar België te emigreren Tapta volgt een jaar studies geneeskunde en schrijft zich dan in aan het textielatelier van La Cambre in Brussel, waar ze drie jaar les volgt • 1950 met hun diploma op zak vertrekken ze naar Belgisch Congo waar Christophe als ingenieur gaat werken op scheepswerven Tapta ontdekt in Congo nieuw materialen zoals sisal en experimenteert met textiel geboorte van hun dochter Joanna • 1960 de familie keert naar België terug maakt geweven kleren om bij te dragen aan het huishoudbudget blijft experimenteren en maakt abstracte composities waarin ze aluminium- of messingplaatjes verwerkt • 1964 ontvangt de Prijs Alphonse Muller • 1966 eerste solotentoonstelling in de galerie Les Métiers in Brussel • 1969 neemt deel aan de 4e Biennale Internationale de la Tapisserie in Lausanne de stad Lausanne koopt een werk de werken in textiel krijgen almaar meer volume • 1970 neemt deel aan de Exposition Internationale de la Tapisserie in Grenoble • 1971 tentoonstelling in Galerie Richard Fonck in Gent en Galerie Alpha in Brussel • 1972 de KMSKB verwerven Le Grand Végétal • 1973 ontwerpt een Tente à causer, een structuur van touwen voor haar solotentoonstelling in de Sint-Pietersabdij in Gent • 1974 solotentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel • 1976-90 wordt benoemd tot hoofd van het textielatelier van La Cambre en geeft het de nieuwe naam ‘soepele sculptuur’ • 1976-77 maakt flexibele sculpturen die worden geëxposeerd in Galerie De Zwarte Panter (Antwerpen) en in Galerie Contour (Brussel) • 1979 maakt een werk in opdracht voor het navigatiecentrum van Butgenbach (Tension chromatique) • 1981 neemt deel aan de 10e Biennale Internationale de la Tapisserie in Lausanne exposeert daar een elastische structuur in rubber die een nieuwe wending in haar werk markeert het Musée d’Art moderne de la Ville de Paris koopt een werk van haar • 1982 wordt uitgenodigd door het Musée de la Tapisserie d’Aix-en-Provence ontwerpt daar Tension, gespannen touwen binnen een neoclassicistische kapel • 1983 ontwerpt Voûtes flexibles voor het station Veeweide van de Brusselse metro • 1987 exposeert de indrukwekkende sculptuur in neopreen en staal Lieu de transition in het M KHA in Antwerpen de KMSKB verwerven Néoflexibles 2 • 1988 Niké ou Projection de force wordt in Louvain-la-Neuve geïnstalleerd • 1990 ontwerpt Au bord du temps, een drijvend werk voor het Lago di Monate (Italië) • grote solotentoonstelling in de Stichting Veranneman • 1991 haar sculptuur Transit wordt in Le Sart Tilman in Luik geïnstalleerd • 1993 integreert licht als onderdeel van haar werk • 1994 belangrijke tentoonstelling in de Brusselse Botanique • 1995 ontwerpt een werk op het water in het kader van de Biënnale van Venetië de monumentale sculptuur Esprit ouvert, ontworpen in samenwerking met haar dochter Joanna die architect is, wordt aan het Noordstation in Brussel geplaatst • 1997 uitgebreide en voor haar symbolische tentoonstelling in de Galeria de Zachęta in Warschau in haar geboorteland waar ze met alle honneurs wordt ontvangen Tapta overlijdt in Brussel op 27 december 1997 Door een inherente dynamiek gedreven kwamen deze structuren aanvankelijk half en spoedig volledig los van het platte vlak uiteindelijk een zelfstandige plaats in de ruimte te verwerven. Willy Van Den Bussche, 1973
03/01/1921 - 01/07/1998
Willequet begon al op heel jonge leeftijd te modelleren. Nadat hij zijn jeugd had doorgebracht in Luxemburg keerde hij met zijn familie in 1940 naar België terug en begon hier beeldhouwkunst te studeren. Hij volgde in La Cambre les bij Oscar Jespers. Hij reisde naar Frankrijk en ontmoette daar Ossip Zadkine, Henri Laurens en Constantin Brancusi. In 1951 trok hij met een beurs naar de Royal College of Art in Londen waar hij Henry Moore leerde kennen. In 1959 verbleef hij in Rome en Florence en was hij twee maanden in Oostenrijk waar hij deelnam aan een symposium waar hij de taille directe techniek in openlucht kon beoefenen. Willequet was avontuurlijk aangelegd en schrok niet terug voor technische problemen. Hij werkte zowel in steen als in hout maar hield ook van het werken met verloren was en brons. Elk materiaal bood hem de mogelijkheid voor het uitproberen van een andere benadering en van ander gereedschap maar uiteindelijk was zijn boodschap altijd dezelfde. Willequet was een bedachtzaam man en zijn werk is doordrongen van oosterse spiritualiteit waarin de leegte een even grote rol speelt als de volheid. Zowel zijn figuratieve als abstracte werken putten uit de meanders van een denken dat gericht is op het leven en uitnodigt voor een meditatieve 1921 André Willequet wordt op 3 januari in Brussel geboren gaat naar een katholieke school en zal het spirituele en mystieke aspect van het geloof zijn hele leven meedragen • 1923-40 woont met zijn familie in Luxemburg • 1940 terugkeer naar Brussel gaat bij Oscar Jespars aan La Cambre monumentale sculptuur volgen • 1942 ontmoet Philippe Roberts-Jones, kunsthistoricus, dichter en toekomstig conservator van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België; een langdurige vriendschap ontstaat • 1947 begint aan zijn eerste werken in steen wordt tweede in de Prijs van Rome • 1948 studiereis naar Frankrijk (dankzij de prijs) waar hij de romaanse kunst bewondert en interesse krijgt voor de relatie tussen sculptuur en omgeving ontmoet drie befaamde beeldhouwers: Brancusi, Laurens en Zadkine • 1950 treedt toe tot de groep Présence wijdt zich onder invloed van de door hem bewonderde Henry Moore aan het thema moederschap • 1951 laureaat van de Prijs Louis Schmidt • 1951-52 verblijft 9 maanden in Londen waar hij les volgt aan de Royal College of Art eerste werken in hout dat zijn voorkeursmateriaal zou worden • 1952 laat een atelierwoning bouwen in Ukkel waar hij in 1954 gaat wonen • 1955 exposeert samen met Lismonde in het Atelier Veranneman in Kortrijk • 1956 eerste solotentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten van Brussel • 1958 maakt in opdracht van Expo 59 een decoratief paneel en een sculptuur voor de Beneluxpoort • 1959 verblijft 4 maanden in Italië (Rome en Florence) met een beurs van de Italiaans-Belgische akkoorden neemt gedurende 2 maanden deel aan het Symposion Europäischer Bildhauer (Oostenrijk) waar hij samen met Jacques Moeschal en Eugène Dodeigne werkt • 1960 is onder de indruk van het Bretonse landschap dat zijn nieuwe werken inspireert ontdekt de verloren-wastechniek die het mogelijk maakt om ex-nihilo te werken, in tegenstelling tot het kappen in hout of steen. Zijn ontwerpen in was worden in brons gegoten • 1963 solotentoonstelling in het Musée des Beaux-Arts van Verviers • 1964 expositie in het cultureel centrum van Oostende • 1965 zijn Grand Torse (1962) wordt verworven door het Middelheimmuseum van Antwerpen • 1965-75 wordt deeltijds leraar beeldhouwen aan de Ecole des Arts et Métiers van Etterbeek 1965 derde solotentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel • 1968 eerste tentoonstelling in de New Smith Gallery bij Richard Lucas met wie hij bevriend wordt bestelling van zeven bronzen beelden voor het labyrint van het Museum van Buuren (Ukkel) ontworpen door landschapsarchitect René Pechère • 1970 eerste reliëfs op papier (indrukken) • 1974 ontdekt het boeddhisme dat zijn artistieke benadering beïnvloedt stichtend lid van Artes Bruxellae, een in Brussel opgerichte kunstenaarsvereniging • 1975-82 leidt de Ecole de bijouterie aan het Institut des Arts et Métiers van Brussel • 1975-90 maakt meerdere bronzen portretten • 1978-91 neemt deel aan het openlucht Symposium international de taille de pierre (blauwe hardsteen) in Avins-en-Condroz • 1979 trouwt met Françoise Detry • 1980 begint aan een reeks bronzen beelden (verloren was) getiteld Espaces rond het thema van de verhouding tussen de leegte en de materie • 1981-84 maakt Arpège, een monumentaal hekwerk voor het nieuwe Museum voor Moderne Kunst van Brussel • 1985 eerste aan hem gewijde monografie geschreven door Philippe Roberts-Jones • 1986 wordt verkozen tot lid van de Académie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique • 1992 neemt deel aan het International Symposium on Marble Sculpture in Thassos (Griekenland) • 1994 een van zijn sculpturen wordt in Le Sart Tilman in Luik geïnstalleerd • 1997 bestelling van een beeld voor de luchthaven van Zaventem André Willequet overlijdt in Brussel op 1 juli 1998 Hij is een schepper in de volle betekenis van het woord, een man van geloof en onzekerheid, van elan en vraagtekens, een man die de moeilijkheid van het verlangen naar het worden ten volle ervaart. Philippe Roberts-Jones, 1985