Tapta 1926-1997

Van Poolse oorsprong, arriveerde Tapta, wiens echte naam Maria Irena Boyé is, in 1945 in België na de opstand van Warschau. Ze volgde een opleiding in weefkunst aan La Cambre in Brussel en werd in 1975 verantwoordelijk voor het atelier Tapijt. Gedurfd vernieuwde zij het traditionele textielgenre door het gebruik van innovatieve structuren en touwen. Al vroeg richtte zij haar creaties op sculpturale vormen, waarbij ze de ruimte volledig inpalmt en haar atelier de naam Sculpture souple gaf, als weerspiegeling van haar voortdurende artistieke zoektocht. Gedreven door voortdurende reflectie experimenteert Tapta onvermoeibaar: tekeningen en maquettes vormen notities van een voortdurend in ontwikkeling zijnd oeuvre. Haar assemblages van vormen en materialen komen tot leven in de dialoog die zij aangaan met de omringende ruimte. Haar werkwijze, voortdurend in evolutie, schuwt het ter discussie stellen van eerdere verworvenheden niet. Zij geeft de voorkeur aan ruwe materialen en werkt met industrieel rubber (neopreen), dat zij meesterlijk beheerst. De ontplooiing van haar vormen gaat gepaard met monumentaliteit en vindt plaats in nauwe dialoog met de omgeving, resulterend in stedelijke sculpturen. Daarnaast integreert Tapta water en licht als fundamentele elementen van haar sculpturen, wat een nieuwe dynamiek in haar werk creëert. Zonder ooit stil te staan ontwikkelt zij een oeuvre dat naar evenwicht streeft. Doordrenkt van spanning en weerstand, nodigen haar sculpturen uit tot uitwisseling en ontmoeting. Het weven van verbinding blijkt aldus de rode draad doorheen haar volledige werk.