André Willequet begon al op heel jonge leeftijd te modelleren. Nadat hij zijn jeugd had doorgebracht in Luxemburg keerde hij met zijn familie in 1940 naar België terug en begon hier beeldhouwkunst te studeren. Hij volgde in La Cambre les bij Oscar Jespers. Willequet reisde naar Frankrijk en ontmoette daar Ossip Zadkine, Henri Laurens en Constantin Brancusi. In 1951 trok hij met een beurs naar de Royal College of Art in Londen waar hij Henry Moore leerde kennen. In 1959 verbleef hij in Rome en Firenze en was hij twee maanden in Oostenrijk, waar hij deelnam aan een symposium waar hij de beeldhouwtechniek ‘en taille directe’ in openlucht kon beoefenen. Willequet was avontuurlijk van aard en schrok niet terug voor technische problemen. Hij werkte zowel in steen als in hout maar hield ook van het werken met brons door middel van de 'verloren was' techniek. Elk materiaal bood hem de mogelijkheid om een andere benadering uit te proberen, en van ander gereedschap gebruik te maken, maar uiteindelijk was zijn boodschap altijd dezelfde. Willequet was een bedachtzaam man, en zijn werk doordrongen van oosterse spiritualiteit waarin de leegte een even grote rol speelt als de volheid. Zowel zijn figuratieve als abstracte werken putten uit de meanders van een denken dat gericht is op het leven en uitnodigtvoor een meditatieve contemplatie.

